Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Lees hier meer over ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je hiermee akkoord gaat.

Klik hier om deze melding te verbergen

Duurzame inzetbaarheid is de sleutel

16 april 2015

Duurzame Inzetbaarheid komt naar het MKB. Dat is de inzet van het dan ook niet verrassend getitelde project Duurzame Inzetbaarheid in het MKB van MKB Nederland en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. GOC is één van de convenantpartners, en zal in haar deelproject vijfentwintig MKB bedrijven in de creatieve industrie op weg helpen met Duurzame Inzetbaarheid.

Het is wat rumoerig in het kleine zaaltje in het Beatrixtheater in Utrecht. Maar dat is lawaai dat van buiten komt, van de beursvloer van de Week van de Ondernemer. Binnen luisteren meer dan vijftig mensen aandachtig naar een groepsgesprek tussen Leendert-Jan Visser (directeur van MKB Nederland), Marcelis Boereboom (directeur-generaal van SZW) en ondernemer Hennie de Haas. Zij spreken over het belang van Duurzame Inzetbaarheid voor het MKB, de motor van de Nederlandse economie. Hennie de Haas vertelt hoe hij in zijn bedrijf werknemers vertrouwen geeft, en hun betrekt bij het maken van plannen en het verbeteren van werkprocessen. Hij oogst applaus. Dan is het tijd voor de handtekeningen.

Op het grote convenant staan de logo’s van MKB Nederland en de zeventien convenantpartners. Het logo van GOC staat duidelijk zichtbaar links bovenaan. Namens GOC zet algemeen directeur Marcel Lamain met een dikke zwarte stift zijn handtekening. Nog meer applaus. En foto’s. Het is officieel: we kunnen aan de slag. Maar waarmee eigenlijk?

“Duurzame Inzetbaarheid is eigenlijk een containerconcept”, zegt Jasper Aalbers. Hij is projectleider van het deelproject van GOC. “Het is een bijzondere manier van kijken naar onderwerpen als ontwikkeling, opleiding, vitaliteit en strategie. Een perspectief waarbij de aandacht gericht is op het neerzetten van een organisatie die klaar is voor haar toekomst. Die duidelijk heeft waar ze heen wil, welke rol het personeel daarin speelt en hoe je ervoor zorgt dat werknemers daarin mee kunnen en willen.”

Aan de slag gaan met Duurzame Inzetbaarheid is een hele stap voor MKB ondernemers. Zij hebben vaak geen HR afdeling of actief personeelsbeleid. En een modeterm als duurzame inzetbaarheid zegt ze niet veel. “Daarom moet je anders beginnen”, aldus Aalbers. “Je moet het hebben over de problemen of uitdagingen waar ze tegenaan aanlopen. Personeel dat vergrijst, kennis die verloren gaat, dat soort thema’s.” GOC ontwikkelde voor dit project een ‘drietrapsraket’. Tijdens de eerste trap geeft een GOC adviseur een workshop bij de ondernemer waarbij de verschillende deelthema’s van Duurzame Inzetbaarheid aan bod komen, en waarin deze in verbinding worden gebracht met de bedrijfsstrategie én de dagelijkse praktijk. Hierop volgt een diagnose en een advies voor verdieping. Op het onderwerp dat voor het bedrijf in kwestie het belangrijkst is volgt tijdens de tweede trap een verdiepende workshop waarin praktische instrumenten worden aangeboden waarmee de ondernemer aan de slag kan. Tijdens de derde trap is de ondernemer zelf bezig met het implementeren van duurzame inzetbaarheid. De GOC adviseur is dan nog beschikbaar voor coaching of advies.

“Dit is zo belangrijk”, zegt Aalbers. “We worden met z’n allen steeds ouder en moeten langer doorwerken. Maar dat moeten we wel kunnen, en we moeten het kunnen opbrengen. Duurzame inzetbaarheid is de sleutel naar het anders denken over de toekomst van ons werk. Bij GOC zijn we daarom heel blij dat we hier in dit project, op deze manier, een bijdrage aan kunnen en mogen leveren.”


Doel van het project van MKB Nederland is om het MKB kennis te laten maken met duurzame inzetbaarheid, en om in totaal 500 bedrijven aan de slag te helpen met dit onderwerp. Maar ook om kennis op te doen: op welke manier spelen de thema’s van duurzame inzetbaarheid in het MKB? En wat zijn de beste manieren om bedrijven hiermee te helpen? Om dit in kaart te brengen werken onderzoeksbureaus CINOP en TNO ook mee aan het project.