Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Lees hier meer over ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je hiermee akkoord gaat.

Klik hier om deze melding te verbergen

De 15 grootste beginnersfouten van een praktijkopleider

Prima vakmensen zijn het, die praktijkopleiders en werkbegeleiders. Maar de meesten zijn nooit uitgebreid opgeleid om jongeren te begeleiden. Wat kan er zoal mis gaan? Vijftien ‘beginnersfouten' op een rij (en tips om ze te voorkomen).

1. ‘Ja' zeggen, maar eigenlijk niet willen

Begin alleen aan het begeleiden van mbo-leerlingen als je er zelf ook plezier in heeft om een jongere te coachen en in jouw vak op te leiden. En als blijkt dat een leerling je toch helemáál niet ligt, kijk dan of iemand anders jouw taak kan overnemen.

2. Geen afspraken maken over vrijmaken van tijd voor het coachen

Begeleiden kost tijd. Maak dat duidelijk kenbaar aan je leidinggevende en je collega's, zodat je niet de gesprekken in je vrije tijd moet voeren of in de problemen komt met je werk. Zorg dat de randvoorwaarden om te begeleiden goed geregeld zijn.

3. Te weinig achtergrondinformatie hebben

Krijg je een leerling van mbo-niveau 2 of mbo-niveau 4? En van welk leerjaar of welke opleiding precies? Zorg dat je dat van te voren weet zodat je een goede inschatting kunt maken en jouw verwachtingen reëel zijn. Dan overvraag (of ondervraag) je de leerling niet.

4. Leerling even tussendoor ontvangen

Laat de nieuwe leerling niet op een ‘spitsuurmoment' binnenkomen. Neem de tijd voor de ontvangst en een gesprek op de eerste dag. Leid de leerling even rond langs uw collega's en door het gebouw. Zorg dat de vereiste pasjes en papieren geregeld worden.

5. Dingen op zijn beloop laten en geen verwachtingen uitspreken

Zorg dat duidelijk is wat de leerling wil leren, wat hij aan werk en opdrachten kan gaan doen, hoe je gaat begeleiden en wanneer er gesprekken over de voortgang zullen zijn. Leg de gemaakte afspraken vast, ook die met de school.

6. Geen duidelijke regels stellen over wat kan en wat niet kan

Houd rekening met de leerling en zijn manier van leven, maar ook weer niet té veel. Eerder weggaan voor een bijbaantje kan niet in het echte werkleven. Op tijd komen, ‘strandkleding' thuislaten en niet steeds het mobieltje opnemen, moeten normaal zijn.

7. Zaken als vanzelfsprekend aannemen

Neem niet te snel aan dat leerlingen wel begrijpen hoe de dingen gedaan worden of wat ‘normaal' is op het werk. Vertel vooral ook zaken die voor u heel vanzelfsprekend zijn. Leerlingen kunnen veel leren van schijnbaar eenvoudige, voor de hand liggende dingen.

8. Denken niets te hoeven doen

Je krijgt steeds vaker stagiairs van competentiegerichte opleidingen. De leerlingen komen wellicht beter voorbereid en zelfstandiger de werkvloer op. Maar denk niet dat ze nu dus zelf wel alle initiatief zullen nemen en aangeven wat ze willen leren. Jouw rol van coach op de werkvloer is en blijft belangrijk.

9. Niet weten hoe een leerling het beste en snelste dingen leert

Onderzoek hoe jouw leerling leert: wil hij eerst meelopen en dan voorzichtig wat doen, of juist in het diepe gegooid worden? Wil hij strak (be)geleid worden of liefst zelfstandig taken uitvoeren? Ga niet meteen uit van de manier waarop je het zélf het prettigst vindt.

10. Te weinig belasten of juist taken met veel afbreukrisico geven in het begin

Het is vermoeiend om te weinig te doen te hebben of te lang mee te moeten lopen zonder een eigen taak te hebben. Leerlingen willen graag aan het werk. Maar geef ook weer niet meteen een belangrijke klus die absoluut niet fout mag gaan. Fouten maken moet kunnen.

11. Graag aardig gevonden worden en geen afstand bewaren

Iedereen wil graag aardig gevonden worden, maar laat je dat er niet van weerhouden om kritisch te kijken naar het gedrag en het werk van de leerling. Zeg je niets, dan ontneem je de leerling de kans om te verbeteren. Vaak ontploffen dit soort situaties als de kritiek zich te veel opstapelt. Je hoeft geen vrienden te worden met uw stagiairs.

12. Geen gestructureerde terugkoppeling geven of onzeker voelen

Feedback geven is te leren, net zoals veel andere begeleiders vaardigheden. Volg trainingen bij GOC als je daar behoefte aan hebt en vergroot je deskundigheid. Na een training hoef je niet alles meteen de volgende dag perfect toe te passen. Maar je wordt je bewuster van jouw rol.

13. Alles zelf willen doen

Je voelt zich verantwoordelijk voor je leerling, maar schiet daarin niet door. Betrek collega's bij de begeleiding en zorg voor een vaste vervanger, zodat jouw leerling niet ‘zwemt' als je er niet bent.

14. Geen contact met school of kenniscentrum

Het is goed om te weten wie uw contactpersoon op school is, hoe hij het snelste te bereiken is en wanneer hij op bezoek komt. Dat geldt ook voor de adviseur van GOC. Overleg en win hun advies in als je er zelf niet meer uitkomt met de leerling.

15. Vergelijken met vorige stagiairs

Vergelijk leerlingen alleen in jouw eigen gedachten met elkaar. Niets is dodelijker dan dat je leerling hoort dat jij de vorige periode zo'n leuke, goede, enthousiaste, slimme leerling had en dat het dit keer toch wel heel anders is.