Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Lees hier meer over ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je hiermee akkoord gaat.

Klik hier om deze melding te verbergen

wat is competentiegericht beoordelen?

Bij competentiegericht onderwijs hoort ook een competentiegerichte manier van beoordelen.
Wanneer het onderwijs er op gericht is leerlingen kennis, vaardigheden en houding geïntegreerd aan te leren, dan zal de beoordeling hierop moeten aansluiten. Als bepaald moet worden of een leerling goed in de beroepspraktijk kan functioneren als beginnend beroepsbeoefenaar, dan moet de leerling in een situatie worden gebracht waarin hij dit kan demonstreren. Dit stelt een aantal voorwaarden aan de beoordeling van competenties:

1. Praktijkbeoordeling

De beroepspraktijk is meestal veelzijdig en complex. Er kunnen zich allerlei omstandigheden, incidenten en problemen voordoen waarmee de leerling goed moet kunnen omgaan. Pas als de leerling zich kan redden in dit soort kritische beroepssituaties, mag worden geconcludeerd dat hij adequaat kan functioneren in de beroepspraktijk. Voorbeeld: een leerling moet niet alleen een pagina kunnen opmaken, maar moet dit ook kunnen binnen een bepaalde tijd en met soms onvolledige aangeleverde materialen. Want zo komt het in de praktijk ook regelmatig voor.

2. Beoordeling op meerdere momenten

Om de betrouwbaarheid van de beoordeling te vergroten is het belangrijk om op meerdere momenten te beoordelen. Het zou niet zo moeten zijn dat een leerling een onvoldoende haalt omdat hij juist op de enige examendag niet lekker in zijn vel zit. Het is meestal ook niet mogelijk om alles wat beoordeeld moet worden in één examenmoment samen te vatten. Daarvoor zijn de competenties vaak te omvangrijk en uiteenlopend.
Het is daarom verstandig tijdens het hele leerproces van de leerling, meerdere momenten van beoordeling in te bouwen, zodat alle te beoordelen competenties goed beoordeeld kunnen worden. En zodat de leerling zijn bekwaamheid in meerdere situaties kan laten zien.
Beoordeel bijvoorbeeld op een aantal momenten hoe de leerling met klanten omgaat, beoordeel op andere momenten hoe hij een concept maakt.

3. Beoordeling door meerdere personen

Voor een betrouwbare beoordeling zijn minimaal twee beoordelaars nodig die kennis en vaardigheden hebben in het betreffende vakgebied. Het kan namelijk zo zijn dat je als praktijkopleider minder objectief bent, doordat je rekening houdt met persoonskenmerken van de leerling of terug denkt aan wat de leerling al eerder heeft laten zien. Je kunt een collega vragen om de rol van tweede beoordelaar op zich te nemen. Bij voorkeur iemand die de leerling wat minder goed kent. Beide beoordelaars komen tot een eigen oordeel aan de hand van vooraf afgesproken beoordelingscriteria. Deze uitkomsten kunnen zij met elkaar vergelijken om tot een oordeel te komen.

4. Beoordeling op verschillende manieren

Om zo betrouwbaar mogelijk te beoordelen, is aan te raden op verschillende manieren te beoordelen. Door verslaglegging, een interview, een product, een proeve van bekwaamheid, een toets, een opdracht etc. Wanneer je bijvoorbeeld alleen beoordeelt door van wat gedaan is een verslag te laten maken, kan het zijn dat een leerling onvoldoendes haalt omdat hij niet goed is in het schrijven van verslagen. Laat je alleen presentaties geven, dan kan het zijn dat de leerlingen met een vlotte babbel of handigheid in PowerPoint er goed vanaf komen terwijl hun product misschien minder goed is.
Kijk dus goed welke manier van beoordelen geschikt is en of het geen belemmering vormt om de te meten competenties laten zien.

5. Beoordelaar is werkzaam in de praktijk

Competentiegericht beoordelen houdt in dat beoordeeld wordt of een leerling adequaat kan handelen in de praktijk. Om dit te beoordelen is het belangrijk dat de beoordelaar goed op de hoogte is van wat er in de huidige praktijk van een medewerker verwacht wordt. Hij dient over voldoende vakkennis en vaardigheden te beschikken.

6. Duidelijke beoordelingscriteria

Om objectief te kunnen beoordelen of een leerling in een beroepssituatie adequaat kan functioneren zijn beoordelingscriteria nodig; waar let je op, wat moet de leerling laten zien?
Op basis van de beoordelingscriteria moet een onderscheid kunnen worden gemaakt tussen adequaat en niet adequaat functioneren. Deze beoordelingscriteria moeten ook vooraf bij de leerling helder zijn zodat hij weet waar hij zich op moet richten.