Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Lees hier meer over ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je hiermee akkoord gaat.

Klik hier om deze melding te verbergen

zes gouden regels voor effectieve coaching

1. Duidelijke leerdoelen

De praktijkopleider en leerling gebruiken de eerste bijeenkomst om samen het doel te bepalen. Ze maken een stappenplan met leerdoelen, leerresultaten en planning.

2. De juiste 'klik'

Het moet klikken tussen de gesprekspartners. Praktijkopleider en leerling moeten elkaar respecteren en elkaars meerwaarde zien.

3. Regelmaat en structuur

Het rendement van coaching staat of valt met regelmaat: geregelde bijeenkomsten en tussentijds de gelegenheid om het geleerde in de praktijk te brengen. Tijdens de sessies vindt terugkoppeling plaats en worden vervolgacties uitgezet.

4. Veilig leerklimaat

Bij coaching komen vaak persoonlijke thema's aan de orde. Belangrijk is dat deze onderwerpen in een sfeer van veiligheid en vertrouwen kunnen worden besproken. Een veilig leerklimaat betekent ook dat de opdrachtgever (bijvoorbeeld de school of de directe leidinggevende) slechts over de hoofdlijnen wordt geïnformeerd.

5. Vragen stellen

Een goede coach vráágt en vraagt dóór. Hij of zij geeft geen instructies of dwingende adviezen maar stelt vragen waardoor hij stimuleert dat de leerling zelf een antwoord bedenkt of een probleem oplost.

6. Resultaten evalueren

Hebben de inzichten die worden opgedaan tijdens de gesprekken effect in de dagelijkse (werk)praktijk? Die vraag moet steeds centraal staan. Coaching is een middel, geen doel op zich. Praktijkopleider en leerling moeten zich voortdurend bewust zijn van bereikte en nog te behalen resultaten.