Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Lees hier meer over ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je hiermee akkoord gaat.

Klik hier om deze melding te verbergen

wat is de leerstijl van de leerling?

Ieder mens heeft een voorkeur voor een bepaalde manier van leren. We spreken dan over leerstijl. Vindt de één het juist prettig om zich eerst in de theorie te verdiepen, een ander wil het liefst meteen gaan ‘uitproberen'. De ene leerstijl is niet beter dan de andere. Het is belangrijk dat je op de hoogte bent van deze verschillen in leerstijl. De kans is immers klein dat de leerlingen die je opleidt allemaal dezelfde leerstijl hebben. Als je weet wat de leerstijl van de leerling is kun je hier op inspelen door leersituaties te creëren waarin jouw leerling het beste tot zijn recht komt. Hoe je dat kunt doen, lees je hieronder.

Ontdek jouw eigen leerstijl of die van de leerling!

De leerstijlentest wordt herzien. Voor een actuele leerstijlentest kun je terecht op www.C3werkt.nl. Registreer jezelf na de inlog vind je bij 'self assessments' de leerstijlentest van Kolb.

De vier leerstijlen op een rijtje

Leren is een proces. In dit proces zijn verschillende fases te onderscheiden, zoals het verzamelen van informatie, analyseren, uitproberen, nadenken over hoe je het hebt aangepakt.Mensen leren het beste als ze alle fases van het leerproces doorlopen. Iedereen heeft een eigen voorkeurstijl, de fase waarmee hij het liefst begint. Stel je koopt een nieuwe DVD-speler. Wat doe je als eerste? Ga je alle knopjes uitproberen en kijken wat er gebeurt of begin je met de handleiding? Of vraag je of iemand je wil laten zien hoe de DVD-speler werkt?

Vier voorkeur leerstijlen
De Amerikaanse leerpsycholoog David Kolb onderscheidt vier leerstijlen: de doener, de bezinner, de denker en de beslisser.

Leerstijl Omschrijving Tips voor de praktijkopleider
Doener Leert het beste door dingen te doen. Houdt van experimenteren, nieuwe ervaringen opdoen en lost problemen op door iets uit te proberen. Een doener kan zich vlug aan een nieuwe situatie aanpassen. Wil snel resultaat zien, loopt soms te hard van stapel. Heb je een leerling die een echte doener is, laat hem dan vooral leren door het opdoen van ervaringen, het oplossen van concrete problemen en het uitvoeren van uitdagende opdrachten op de werkvloer. Hij wil snel resultaat zien en past zich makkelijk aan in nieuwe situaties. Geef hem vooral ook de kans om samen te werken. Contact is belangrijk voor hem. Let wel op dat hij niet té snel tot actie overgaat en niet steeds vervalt in eerder gemaakte fouten. Geef hem advies. Het is niet zijn sterkste punt om hoofd- en bijzaken uit elkaar te houden.
Bezinner De grote kracht van de bezinner ligt in het voorstellingsvermogen. De bezinner voelt zich thuis in situaties waarin nieuwe dingen moeten worden bedacht. Het aanleveren van ideeën en het maken van plannen gaan hem goed af. De bezinner denkt eerst goed na voor hij iets doet. Wil daar graag voldoende tijd voor hebben. Komt soms moeilijk tot besluiten. Een bezinner doe je een plezier met taken waarvoor voldoende tijd beschikbaar is. Hij wil eerst goed nadenken en dan pas handelen. Zorg dat er niet te veel druk zit op het uitvoeren van opdrachten en het nemen van beslissingen. Moedig hem veel aan, dat motiveert hem bij het uitvoeren van zijn werk. Help de leerling zodat hij ook daadwerkelijk zijn werk uitvoert en niet in zijn twijfels en zijn te voorzichtige gedrag blijft hangen. Je kunt hem voorbeelden geven over hoe hij iets aan kan pakken. Vraag hem regelmatig wat er in hem omgaat, zodat hij knopen kan doorhakken en vooruit komt in zijn werk.
Denker Een denker blinkt uit in het bedenken van theoretische modellen. Wil intellectueel uitgedaagd worden. Is goed is logisch denken en analyseren. Leert graag uit boeken. Stelt vragen. Een denker doe je een plezier met gestructureerde werkopdrachten met duidelijke doelen. Geef hem uitdagende klussen om over na te denken en biedt gelegenheid om veel vragen te stellen. Een denker kijkt graag hoe theorie en praktijk zich verhouden tot elkaar. Hij is gebaat met kennis op papier en met heldere directe uitleg. Let daarbij wel op dat hij de praktijk niet vergeet. Geef hem de tijd om op eigen houtje in iets te duiken, maar let op dat hij niet in allerlei mooie theorieën blijft hangen. Een denker werkt het liefst in zijn eentje, dus zorg dat hij toch ook regelmatig hulp aan anderen vraagt en samenwerkt.
Beslisser Zoekt naar verbanden tussen leerstof en werk. Scoort hoog op abstract denken en op actief onderzoek en experimenteren. Werkt het liefst doelgericht en planmatig. Heb je te maken met een leerling van het type beslisser, laat die dan vooral leren van opdrachten waarin theorie en praktijk verweven zijn. Geef hem een concrete taak en hij gaat stap voor stap en gereven naar de oplossing. Hij richt zich liefst op praktische zaken. Laat hem dingen uitproberen en veel oefenen. Een beslisser gaat kordaat te werk, maar is vaak vooral gericht op de taak en niet op zijn collega's. Zorg dat hij zich niet al te zeer op het resultaat fixeert en vervolgens in de war raakt bij iets onverwachts. Hij leert het meest als hij kan oefenen onder begeleiding van een ervaren collega die met hem de rode draad in de gaten houdt.