Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Lees hier meer over ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je hiermee akkoord gaat.

Klik hier om deze melding te verbergen

hoe breng jij kennis en ervaring over?

Geen onmogelijke opdrachtenKies voor verschillende werkvormen!

Een didactische werkvorm is een werkwijze die je als praktijkopleider kiest om de leerling kennis, inzicht en vaardigheden te laten opdoen. Variatie in werkvormen maakt leren aantrekkelijk. Bovendien: iedereen leert op een andere manier.

1. Instructie

Deze werkvorm kun je gebruiken om de leerling vertrouwd te maken met basiskennis.

De leeractiviteit van de leerling is meestal eenzijdig, het beperkt zich tot luisteren en observeren. Met deze werkvorm leert de leerling niet om problemen op te lossen of kennis toe te passen in nieuwe situaties.

Aanpak

Voorbereiding

  • Vertel in grote lijnen wat jij en de leerling gaan doen, wat het doel van de instructie is en ga na of de leerling al iets over dit onderwerp weet.
  • Maak het grote verband duidelijk. Geef eerst een totaalbeeld voor je begint met het geven van gedetailleerde instructies.

Doe het voor

  • Doe de taak stap voor stap voor in een normaal tempo en noem ondertussen kort en bondig de belangrijke stappen en kritieke punten.
  • Demonstreer nog eens, nu langzaam, terwijl u weer de belangrijke stappen en kritieke punten aangeeft. Contoleer door vragen te stellen of de leerling u begrepen heeft.
  • Leg uit waarom een taak op een bepaalde manier of in een bepaalde volgorde verricht moet worden. Vertel aan welke eisen de taak moet voldoen (kwaliteit, tijd, enz.)
  • Moedig de leerling aan om vragen te stellen.

Laat de leerling de taak uitvoeren

  • Doe de handeling samen en verbeter zo nodig.
  • Laat de leerling het zelf doen.
  • Laat de leerling de stappen en de kritieke punten hardop aangeven.
  • Vertel bij wie de leerling met vragen terecht kan.
  • Controleer regelmatig en geef complimenten.

2. Samen in gesprek

Bij deze werkvorm is sprake van tweerichtingsverkeer; er is veel interactie tussen praktijkopleider en leerling. Deze werkvorm bevordert het denkproces en leidt tot het aanleren van een denkwijze (dus niet alleen tot feitenkennis). De inbreng van de leerling is veel groter dan bij de instruerende werkvorm.

Twee manieren om samen in gesprek te gaan:

Samen op zoek gaan naar een oplossing

Je wisselt informatie uit om tot een oplossing van een probleem te komen. Je daagt de leerling uit om zijn ideeën in te brengen. De werkwijze is als volgt:

  • De praktijkopleider schetst een bepaald probleem
  • De leerling geeft zijn mening
  • De leerling gaat na wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende opvattingen
  • Tenslotte moet er een besluit genomen worden.

Leren door vragen te stellen

Dit is een gesprek waarin de praktijkopleider de leerling stapsgewijs tot nadenken en leren aanzet door vragen te stellen. De praktijkopleider ‘stuurt' het gesprek door de vragen die hij stelt. Voorbeelden van vragen:

  • Wat gebeurt er als je.....?
  • En als je dan......?
  • Hoe kun je dat voorkomen?
  • Hoe zou je het anders kunnen doen.......?
  • Wat zouden de gevolgen zijn als je....?
  • Waarom.....?

Als je meer wilt weten over deze werkvorm lees dan verder bij de Praktijkopleider als coach.

3. Opdrachten

Bij deze werkvorm leert de leerling door een opdracht uit te voeren. Door te doen. Dit kan een ‘echte' klus zijn waarbij de leerling gewoon meedraait op de werkvloer of een ‘fake-opdracht'.
Bij een ‘fake-opdracht' wordt een beschrijving gegeven van een probleemsituatie die ontleend is aan de praktijk. Meestal wordt een levensechte situatie beschreven, die in het verleden een keer heeft plaatsgevonden en waarin een probleem opgesloten ligt.

In beide gevallen bereidt de praktijkopleider de opdracht voor. En terwijl de leerling de opdracht vervolgens uitvoert is er regelmatig contact tussen praktijkopleider en leerling, zeker in de beginfase.

Hoe onthouden mensen?

We onthouden het beste als:

  • Indrukken door meer dan één zintuig worden waargenomen (bijvoorbeeld zien en horen tegelijk)
  • Eerst de grote lijnen worden weergegeven voordat op details wordt ingegaan
  • De samenhang tussen afzonderlijke delen wordt aangegeven
  • Informatie bewust in het geheugen wordt opgenomen, bijvoorbeeld met behulp van ezelsbruggetjes
  • Informatie aansluit bij voorkennis
  • Informatie vaak wordt herhaald
  • De sfeer in de leeromgeving prettig is (stress blokkeert het denken)