Om deze website goed te laten functioneren, gebruiken wij cookies. Lees hier meer over ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je hiermee akkoord gaat.

Klik hier om deze melding te verbergen

definities bij opleiden

Een toelichting op enkele begrippen rond opleiden die je kunnen helpen bij het maken van een opleidingsplan (alfabetisch):
  
Bedrijfsdoelstelling:
Een korte zin die aangeeft in welke richting een bedrijf zich ontwikkelt, in economische en/of niet –economische zin, en wanneer dit doel bereikt moet zijn. 
   
Competentie:
Een set van kennis, vaardigheden en houdingen die maken dat iemand goed is in zijn werk. 
   
Cursus:
Een kort traject, combinatie van het aanleren van kennis en vaardigheden.
   
Houding:
Omgaan met. Vinden, gedragen, bewuste of onbewuste standpunten tegenover zaken die een rol spelen op het werk.
   
Kennis:
Weten, inzien, begrijpen. 
   
Opleiden:
Actie die er op gericht is om kennis, vaardigheden of houding te verwerven.
   
Opleidingsbehoefte:
Gestelde taken van een groep/individu kunnen door een gebrek aan kennis en vaardigheden of tekortkomingen in houding nu of in de toekomst niet optimaal vervuld worden. 
   
Opleidingsplan:
Een document waarin staat vermeld vanuit welke bedrijfsdoelstellingen gekozen wordt voor opleiden en welke opleidingsactiviteiten, wanneer, onder welke voorwaarden plaatsvinden. 
   
Strategie:
Het benoemen van de acties om de doelstellingen te bereiken.
   
Training:
Een kort traject, volledig gericht op het inoefenen van vaardigheden. 
   
Transfer:
De mate waarin verworven kennis, vaardigheden en houding worden gebruikt in andere situaties dan die waarin ze zijn verworven. 
   
Vaardigheden:
Maken en uitvoeren. Kunnen, in staat zijn tot het verrichten van activiteiten, denken in combinatie met doen, geleerd hebben om de kennis toe te passen bij het uitvoeren van een taak. 
   
Visie:
Geeft aan waar een bedrijf voor staat en bepaalt het handelen voor alle medewerkers in het bedrijf.