Tips
1. Spreek vooraf af waarop je beoordeelt
Lees het volgende stukje eens door: De lift van een gebouw start op de parterre met zes passagiers. Bij de eerste stop stappen vier mensen in en twee uit. Bij de volgende stop stappen twee passagiers in en drie uit. De volgende keer stappen zeven mensen in. Bij de volgende stop komt één passagier binnen. Dan als de lift weer stopt gaat er één uit en komen er drie bij. Bij de laatste stop stappen twee mensen in en vijf mensen uit. Beantwoord nu zonder terug te lezen de volgende vraag: hoe vaak heeft de lift gestopt?
Wist je het antwoord op de vraag? Waarschijnlijk niet. Als je van te voren had geweten wat ervan je werd verlangd, dan had je de vraag makkelijk kunnen beantwoorden. Bij jouw leerling werkt het precies hetzelfde. Als hij van te voren weet op welke punten jij hem beoordeeld, kan hij daar rekening mee houden.
2. Kies meerdere beoordelingsmomenten
Door de leerling regelmatig te beoordelen kun je beter vaststellen hoe hij functioneert. Je leerling kan in meerdere situaties zijn bekwaamheid laten zien. Regelmatig beoordelen geeft je houvast om ook de zaken die minder goed gaan met de leerling te bespreken. Zo ben je in staat om, waar nodig, bij te sturen om de gestelde doelen te bereiken. Aan de hand van de beoordeling kun je samen met de leerling de lijn uitstippelen voor het vervolg van de opleiding.
3. Kies verschillende beoordelingsvormen
Je kunt op allerlei manieren producten of diensten van de leerling beoordelen. Enkele voorbeelden:
4. Formuleer heldere beoordelingscriteria
Bepaal vooraf waarop je gaat beoordelen. Stel criteria en normen vast. Vertel de leerling hoeveel criteria voldoende moeten zijn om een positief resultaat te behalen.
5. Tip van een collega-praktijkopleider: Vertrouw op jezelf!
"Toen ik net praktijkopleider was vond ik het beoordelen van een leerling best lastig. Vooral als ik niet helemaal tevreden was over een leerling. Ik vroeg me af of ik het wel goed zag en of ik de leerling niet teveel benadeelde. Tijdens de beoordelingsgesprekken die ik voerde met de school en de leerling merkte ik echter dat ik vaak dezelfde dingen waarnam als de docent op school. Logisch, want een leerling wordt niet opeens een ander mens omdat hij gaat stagelopen. Een leerling die bij ons vaak te laat komt, doet dit ook op school. Een leerling die zich bij ons lomp gedraagt, is ook op school geen charmante jongen. Kortom, praktijkopleiders, vertrouw op jezelf!" (Jeroen Croonenberg, Praktijkopleider AV bij Sound & Vision in Culemborg)
6. Tip van een collega-praktijkopleider: Wees niet te bang om je kritiek te uiten
"Probeer zo concreet te zijn als mogelijk. Wacht niet tot het einde van de stageperiode met je verbeterpunten want dan ontneem je de leerling de kans om van zijn fouten te leren en zich te verbeteren. Bedenk: zachte heelmeesters, maken stinkende wonden!" (Kees van Wijck, Toneelmeester bij het Parktheater in Eindhoven)
Valkuilen
1. ‘De gekleurde bril'
Beoordelingen zijn sterk afhankelijk van de relatie tussen de praktijkopleider en de leerling. Een emotionele band tussen de praktijkopleider en de leerling van welke aard ook zal het oordeel van de praktijkopleider vertroebelen. Ook bijvoorbeeld een slechte nachtrust of persoonlijke problemen van de praktijkopleider kunnen de bril kleuren waarmee hij het gedrag van de leerling beoordeelt.
2. ‘Leve je evenbeeld'
De praktijkopleider neemt zichzelf mee. De eigenschappen die de praktijkopleider in zichzelf waardeert, zal hij ook graag zien in de leerling. Hetzelfde geldt voor gedeelde opvattingen. Het is veel moeilijker iemand te beoordelen die heel anders denkt dan iemand die dezelfde opvattingen deelt. Een praktijkopleider die (te) hoge eisen aan zichzelf stelt en die een leerling begeleidt die voor zichzelf reële eisen stelt, zal snel geneigd zijn de leerling als lui te bestempelen.
3. ‘Het halo- en horneffect'
Het oordeel over één bepaald aspect van het gedrag straalt uit naar de hele beoordeling van die persoon. Dit kan leiden tot een algeheel gunstig oordeel (halo-effect; halo = stralenkrans) of tot een totaal ongunstig oordeel (horn-effect; horn = duivel). Als een leerling bijvoorbeeld precies volgens de regels met gereedschap of machines omgaat, wil dat nog niet zeggen dat hij ook altijd de veiligheidsvoorschriften in acht neemt. Of als iemand niet goed kan omgaan met de Apple MacIntosh, betekent dat nog niet meteen dat hij ook niet goed kan omgaan met een PC.
4. ‘Eens een dief altijd een dief'
Als een oordeel gevestigd is, dan is dit vaak voorgoed. Ons oordeel houdt weinig rekening met veranderingen en ontwikkelingen. Denk er bijvoorbeeld eens aan hoe moeilijk een eerste indruk zich laat veranderen.
5. De beoordelaar heeft een karakter'
Uiteraard heeft ook de persoonlijkheid van de praktijkopleider invloed op de beoordeling. Enkele voorbeelden: