Motivatie is een voorwaarde voor leren. ‘Iets willen bereiken', ‘enthousiast zijn' en ‘er voor gaan' geven aan dat een leerling gemotiveerd is. In grote lijnen zijn er twee manieren om een leerling te motiveren:
1. Persoonsgericht stimuleren, dat wil zeggen gericht op hoe de leerling zich voelt
Om de leerling te kunnen stimuleren voor de opleiding of het werk moet de leerling zich eerst prettig voelen. De leerling moet zelfvertrouwen hebben, maar ook de sfeer op het werk moet goed zijn. Als praktijkopleider kun je hiervoor zorgen door een goede relatie met de leerling op te bouwen en door een prettige werksfeer te scheppen.
2. Taak/opdrachtgericht stimuleren, dat wil zeggen gericht op de taken die je aan de leerling geeft
Taakgericht stimuleren doe je door de opdrachten en het werk te laten aansluiten bij het niveau en de interesse van de leerling. Geef de leerling zoveel mogelijk interessante en uitdagende klussen. Niet té moeilijk, want daar wordt een leerling onzeker van. Maar zeker ook niet te makkelijk.
Zó kun je jouw leerling stimuleren: